8 mai 2017
Opinie

Mag de boer eerst nog eten ?

Twintig Belgische ontwikkelingsorganisaties pleiten om duurzame familiale landbouw en voedselsoevereiniteit centraal te stellen in het Belgische ontwikkelingsbeleid. In de nieuwe landbouwstrategie van minister De Croo wordt te weinig rekening gehouden met hun advies, vinden ze.

Van overleven naar ondernemen. Onder deze titel lanceert de Belgische Ontwikkelingssamenwerking haar nieuwe strategie voor landbouw en voedselzekerheid. Als Coalitie tegen de Honger geloven wij ook in de kracht van ondernemen en het potentieel van ondernemerschap door kleinschalige boerinnen en boeren voor de landbouwsector in ontwikkelingslanden.

Om ondernemerschap te stimuleren, is het cruciaal dat landbouwers vooreerst voldoende produceren om zelf goed en gezond te eten en overschotten te realiseren. Daarnaast moeten de juiste mechanismen bestaan, niet alleen om de privésector ten diensten te staan, maar ook om de sector te reguleren en te controleren . Jammer genoeg is aan deze twee voorwaarden niet voldaan in de twaalf landen in sub-Sahara Afrika waar de Belgische ontwikkelingssamenwerking actief is.

Als we het bijvoorbeeld hebben over landbouw en voedselzekerheid is het vanzelfsprekend dat een mensenrechtenbenadering zich richt op de realisatie van het Recht op Voedsel, in de eerste plaats voor zij die honger hebben. De nieuwe landbouwstrategie lijkt de rechtenbenadering te beperken tot het recht van de landbouwer op ondernemen en het recht van de privésector om te investeren.

Met 20 Belgische ontwikkelingsorganisaties pleiten we er bij beleidsmakers voor om duurzame familiale landbouw en voedselsoevereiniteit centraal te stellen in het Belgische ontwikkelingsbeleid. In de nieuwe landbouwstrategie van de overheid werd echter weinig rekening gehouden met ons advies. Ook al delen we de twee basisprincipes : het bevorderen van een duurzame en inclusieve economische groei en de mensenrechtenbenadering, toch menen we dat er iets schort aan de manier waarop de overheid die toepast.

“Het verhogen van de productiviteit van een boerderij heeft enkel zin als de boer de mogelijkheid heeft om zijn producten te verhandelen,” aldus de nieuwe strategie. Maar mag de boer eerst nog eten ? Van de 795 miljoen mensen met chronische honger die de landbouw en voedselorganisatie van de Verenigde Naties in 2015 telde, zijn de grote meerderheid boerinnen en boeren.

Een andere grote uitdaging waar Afrikaanse landen voor staan, is het tewerkstellen van de miljoenen jongeren, die jaarlijks de arbeidsmarkt betreden. In de minst ontwikkelde landen is vandaag gemiddeld 60% van de bevolking actief in de landbouw en een oplossing zal dus prioritair te zoeken zijn in een combinatie van een meer productieve landbouw en het uitbouwen van een verwerkingsindustrie gebaseerd op de landbouw. Tot zover zijn we het eens met de voorgestelde strategie, maar om dit te realiseren zijn twee basisvoorwaarden vandaag niet vervuld. Ten eerste moet de productie duurzaam omhoog opdat men producten zou hebben om te eten, te verwerken en te verhandelen.

De landbouw van de toekomst in ontwikkelingslanden benut het potentieel van de kleinschalige, overwegend familiale, landbouwers en leert hen nieuwe agro ecologisch duurzame technieken om de productiviteit te verbeteren. Dat is waar de leden van de Coalitie tegen de Honger via hun partners in het Zuiden op inzetten. We moedigen landbouwers ook aan om te investeren in diversiteit aan activiteiten op en naast hun landbouwbedrijf zodat ze weerbaarder zijn ten aanzien van economische en klimaatschokken. De focus van de nieuwe landbouwstrategie op het bevorderen van deelname van landbouwers in lokale, regionale en internationale markten en waardeketens, draagt het risico in zich dat boer(inn)en zich gaan specialiseren in één marktgewas en daarbij hun eigen voedselvoorziening verwaarlozen.

De tweede basisvoorwaarde waaraan vandaag niet voldaan is, is goed bestuur. De minst ontwikkelde landen waar vandaag het gros van de Belgische ontwikkelingshulp is geconcentreerd, blinken er niet meteen in uit. De nieuwe strategie erkent dit en maakt van bijdragen aan goed bestuur één van zijn drie actiegebieden. Maar dat is, net zoals handel promoten voor er iets te verhandelen valt, de kar voor het paard spannen.

Voor er met publiek, Belgisch geld, ondersteuning kan geboden worden aan de privésector moet men garanties hebben dat die privésector gereguleerd en gecontroleerd wordt door de lokale, nationale en eventueel internationale overheden. De realiteit vandaag is immers dat in de meeste landen van sub-Sahara Afrika gebrekkige wetgeving en weinig of geen controle, keer op leiden tot schending van de rechten van kleine boeren op grond, water en zaaigoed wanneer men privé-investeerders de vrije hand laat.

De huidige hongersnood in Oost-Afrika maakt pijnlijk duidelijk dat naast conflictpreventie en — resolutie, het aanpakken van de structurele oorzaken van honger hoogdringend is. We kunnen ons de luxe niet veroorloven om enkel in te zetten op een efficiënte en goed functionerende overheid, die een dynamische privésector kan ondersteunen en controleren zodat die op zijn beurt kleine en landloze boeren aan een job en een inkomen kan helpen. We hebben daarnaast vandaag ook maatregelen nodig die de grote groep overlevingslandbouwers weerbaar maakt tegen de klimaatsverandering en economische schokken, zodat ze allereerst kunnen overleven om vervolgens te gaan ondernemen.

Coalitie tegen de honger
Katelijne Suetens (Broederlijk Delen) et Jean-Jacques Grodent (SOS Faim)

NGO in het coalitie tegen de honger : Broederlijk delen, Caritas International, CNCD- 11.11.11, Collectif Stratégies Alimentaires, Croix Rouge de Belgique, CSA, Défi Belgique Afrique, Entraide et Fraternité, FIAN – FoodFirst Information and Action Network, Iles de Paix, Le Monde selon les femmes, Louvain Coopération, Oxfam Magasin du Monde, OXFAM Solidarité/Solidariteit, Oxfam Wereld Winkel, SOS Faim, TRIAS, Vétérinaires Sans Frontières, Vredeseilanden

http://www.mo.be/opinie/mag-de-boer-eerst-nog-eten