16 februari 2023
FIAN België

Informatienota : Pesticiden & mensenrechten

Naast het internationaal milieurecht (met name de Verdragen van Bazel, Stockholm en Rotterdam), worden pesticiden ook onderworpen aan een regelgeving volgens de internationale mensenrechtenwetgeving. Deze informatienota geeft een overzicht van de belangrijkste, relevante bepalingen in de internationale instrumenten en normen van de bescherming van de mensenrechten. Het tweede deel van de nota analyseert specifiek de extraterritoriale verplichtingen van staten met betrekking tot de uitvoer van uiterst gevaarlijke pesticiden Highly Hazardous Pesticides (HHP).

Door Manuel Eggen, onderzoeks- en beleidsmedewerker bij FIAN Belgium manu@fian.be

Inhoud

1. Inleiding (video)

2. Mensenrechtenverplichtingen

3. Specifieke verplichtingen betreffende de uitvoer van verboden en/of gevaarlijke pesticiden

4. Conclusie

Download de informatienota in het Nederlands

1. Inleiding

2. Mensenrechtenverplichtingen

Meerdere mensenrechteninstrumenten en -normen leggen verplichtingen op aan de staten, gezien de enorme impact van pesticiden op het genot van meerdere fundamentele rechten, met in het bijzonder het recht op leven, het recht op voedsel, het recht op gezondheidszorg, het recht op een gezonde leefomgeving, het recht op werk en de rechten van meerdere specifieke risicogroepen.

KADER : VN-beschermingssysteem van de mensenrechten
De VN heeft verdragsorganen en speciale procedures gecreëerd om een goede toepassing van de mensenrechtenverdragen en -normen te verzekeren.

De verdragsorganen zijn comités van onafhankelijke experten die waken over de toepassing van de belangrijkste, internationale mensenrechtenverdragen (bijvoorbeeld: het Mensenrechtencomité; het Comité voor economische, sociale en culturele rechten; het Comité voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, enz.). Er bestaan op dit moment tien verdragsorganen met als hoofdmissies: (1) de behandeling van de periodieke verslagen van de staten die partij zijn bij de verdragen; (2) het onderzoek van klachten van particulieren; (3) de uitvoering van landenonderzoeken ; (4) de aanname van algemene observaties om verdragsbepalingen en verplichtingen van de staten uit te leggen en; (5) de organisatie van thematische debatten over de verdragen.

De speciale procedures zijn gecreëerd door de Mensenrechtenraad en kunnen een individu (“speciale rapporteur” of “onafhankelijke expert” genoemd) of een werkgroep aanstellen. De speciale procedures kunnen gecreëerd worden: 1) om de situatie van de mensenrechten op te volgen in een bepaald land (op dit moment 14 mandaten), 2) om een bepaalde thematiek te analyseren en uit te diepen (45 mandaten).

In 1995 werd er een mandaat voor Speciale Rapporteur voor giftige stoffen en mensenrechten gecreëerd. [1] Het is één van de oudste mandaten die er bestaan. Verschillende verslagen van opeenvolgende rapporteurs sinds 1995 kaarten de uitdagingen van pesticiden aan en verduidelijken de uitdagingen en verplichtingen van de staten. [2].

2.1 Recht op leven

Het recht op leven is erkend in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens - UVRM (art. 3) en opgenomen in het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (art. 6). Het Mensenrechtencomité verduidelijkt dat de verplichting om het leven te beschermen betekent dat de staten die partij zijn maatregelen zouden moeten nemen om directe bedreigingen van het leven te vermijden, zoals bijvoorbeeld ernstige milieuvervuiling [3].

In een belangrijke beslissing, naar aanleiding van een geval van vergiftiging door pesticiden met de dood tot gevolg in plattelandsgemeenschappen in Paraguay, heeft het Mensenrechtencomité erkend dat het onvermogen van een staat om het gebruik van pesticiden correct te reguleren, reglementering in het werk stellen en toe te zien op de effecten van pesticiden, het recht op leven schendt [4].

2.2 Recht op voedsel

Het recht op voedsel is erkend in de UVRM (art. 25) en opgenomen in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) (art. 11 en 12).

Het Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten (CESCR), bevoegd voor het waken over de goede toepassing van het pact door de staten, heeft verduidelijkt dat het recht op voedsel zich niet beperkt tot een voldoende hoeveelheid voedsel, maar dat het voedsel ook veilig, geschikt en duurzaam moet zijn. In zijn Algemene opmerking nr. 12 over het recht op voldoende voedsel (1999), is het Comité van oordeel dat het recht op voedsel ook het recht op voedsel dat vrij is van schadelijke stoffen omvat en bevestigt het dat de staten voedselveiligheidsnormen en beschermingsmaatregelen moeten opstellen om de veiligheid en de kwaliteit van de voedingsmiddelen te verzekeren. In dat opzicht kan voedsel besmet door pesticiden niet aanzien worden als voldoende voedsel. [5].

Het begrip duurzaamheid houdt ook in dat de huidige en toekomstige generaties de mogelijkheid hebben om te voorzien in geschikte voeding. Pesticiden zijn echter verantwoordelijk voor bodem- en waterverontreiniging en het verlies aan biodiversiteit en ze tasten de productiviteit van landbouwgrond blijvend aan, waardoor de toekomstige voedselproductie in gevaar wordt gebracht. [6].

In 2017 stelden de Speciale Rapporteur voor het recht op voedsel, Hilal Elver, en de Speciale Rapporteur voor giftige stoffen een gemeenschappelijk verslag voor over de kwestie van het recht op voedsel en pesticiden. [7]

Dit verslag schetst de talloze invloeden van pesticiden op het genot van het recht op voedsel en andere verwante rechten en formuleert een reeks aanbevelingen aan staten om het gebruik van pesticiden drastisch te verminderen, met name door een overgang uit te voeren naar agro-ecologische productiemethoden.

2.3 Recht op gezondheidszorg

Het recht op gezondheidszorg is ook opgenomen in het UVRM (art. 25) en het IVESCR (art. 12). In zijn Algemene opmerking nr. 14 (2000) over het recht op de hoogst bereikbare gezondheidstoestand (2000), verduidelijkt het CESCR dat dit recht zich uitstrekt tot de bepalende, fundamentele factoren van gezondheid, zoals veilig voedsel en drinkwater, veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden en een gezonde leefomgeving.

Sindsdien is het duidelijk dat blootstelling aan pesticiden, al dan niet op het werk, door nabijheid of via aanwezige residuen in voedsel of in water, een aanslag zou vormen op het recht op de hoogst bereikbare gezondheidstoestand. [8] In die zin hebben meerdere comités de staten aangesproken over de ernstige gezondheidseffecten van het buitensporig gebruik van agrochemische producten. En ze hebben aanbevelingen geformuleerd voor meerdere staten met als doel agrochemische producten te verbieden die de menselijke gezondheid en de gezondheid van het leefmilieu schaden. [9]

2.4 Het recht op een gezonde leefomgeving

Op 28 juli 2022 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (eindelijk!) een beslissing aangenomen waarin het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving is vastgelegd. [10] Dit historisch besluit legt het recht op een gezonde leefomgeving vast als een mensenrecht op zich en niet slechts als een voorwaarde voor de verwezenlijking van de andere mensenrechten. Deze erkenning versterkt de banden tussen de internationale mensenrechtenwetgeving en de internationale milieuwetgeving. In die zin bevestigt het besluit dat de bevordering van het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving de volledige toepassing van de multilaterale milieuakkoorden vereist. Dat houdt natuurlijk ook de internationale overeenkomsten inzake pesticiden in.

Voorafgaand aan deze erkenning werd sinds 2013 een functie als Speciale Rapporteur voor het recht op een gezonde leefomgeving gecreëerd. Verschillende thematische verslagen van de Speciale Rapporteur halen de uitdagingen van pesticiden aan ten aanzien van de mensenrechten, waaronder verslagen over: de goede gewoonten over het recht op een veilige, schone, gezonde en duurzame leefomgeving [11] ; ; gezond en duurzaam voedsel [12] ; een gezonde biosfeera [13] kinderrechten en het milieu [14] ; ; en de biodiversiteit [15]. Deze verslagen bevatten veel aanbevelingen voor de staten wat betreft pesticiden. In zijn verslag over gezond en duurzaam voedsel (2021), vordert de Speciale Rapporteur nadrukkelijk een verbod op uiterst gevaarlijke pesticiden en bijendodende neonicotinoïden in alle landen. [16].

2.5 Rechten van boer.inn.en en plattelandsarbeid.st.ers

Voortgekomen uit een lange strijd van de internationale boerenbeweging ‘La Via Campesina’ en haar bondgenoten, is de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van boerinn·en en andere plattelandsarbeid·st·ers (UNDROP) [17] in december 2018 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen. Dit is een historische overwinning die de toepassing van de fundamentele rechten met betrekking tot de specifieke uitdagingen van de boerenstand verduidelijkt en interpreteert en die specifieke rechten wijdt aan boerinn·en en andere plattelandsarbeid·st·ers.

Artikel 14 van de Verklaring legt zich toe op het recht van boerinn·en om geen gevaarlijke stoffen of giftige chemicaliën, met name landbouwchemicaliën of verontreinigende stoffen uit de landbouw of de industrie, te gebruiken en eraan te worden blootgesteld (art. 14§2).

In die zin verzoekt de Verklaring de staten een reeks maatregelen te nemen (art. 14, lid 4), gericht op:

  • gezondheids- en veiligheidsisico’s voorkomen
  • een geschikt nationaal regelgevingssysteem opzetten (dat specifieke criteria vastlegt voor invoer, indeling, verpakking, distributie, etikettering en gebruik van chemische stoffen in de landbouw en voor het verbieden of beperken van het gebruik ervan);
  • de bedrijven controleren die pesticiden produceren, importeren, verkopen of gebruiken;
  • een geschikt systeem opstellen voor het inzamelen, recycleren en afbreken van afval
  • en educatieve programma’s en sensibiliseringsacties uitwerken.

2.6 Rechten van inheemse volkeren

De Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP, 2007) [18] (UNDRIP, 2007) wijdt het recht van inheemse volkeren aan het behoud en de bescherming van hun leefomgeving en de productiecapaciteit van hun land of gebieden en hulpbronnen (art. 29). In dit opzicht moeten de staten onder meer efficiënte maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat geen enkele gevaarlijke stof wordt opgeslagen of gedumpt op het land of het grondgebied van inheemse volkeren zonder hun vrije en voorafgaande toestemming met kennis van zaken (artikel 29§2).

In juli 2022 heeft de Speciale Rapporteur voor giftige stoffen een verslag voorgesteld over de gevolgen van giftige stoffen voor de mensenrechten van inheemse volkeren. [19]. Dit verslag specificeert hoe inheemse volkeren overmatig worden getroffen door giftige stoffen, in het bijzonder door pesticiden, gezien de nauwe, onderlinge verbondenheid van inheemse volkeren met hun grondgebieden en natuurlijke hulpbronnen. In het verslag worden aanbevelingen geformuleerd met het oog op het verhelpen van de fatale gevolgen van giftige stoffen voor inheemse volkeren, onder meer hoe de rechtsinstrumenten met betrekking tot chemische stoffen en afval moeten worden geïnterpreteerd in het licht van de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren.

2.7 Vrouwen- en kinderrechten

Het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) bekrachtigt het recht van vrouwen op gezondheidsbescherming en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de reproductieve functie, en dringt aan op speciale beschermingsmaatregelen ter ondersteuning van moeders voor en na de bevalling. Het is duidelijk dat deze verplichtingen de noodzaak omvatten om de risico’s van blootstelling van moeders aan pesticiden zo veel mogelijk te beperken. [20].

Het Comité voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen heeft bovendien een algemene aanbeveling nr. 34 (2016) aangenomen die specifiek betrekking heeft op de rechten van plattelandsvrouwen. [21] Het Comité raadt specifieke beschermingsmaatregelen aan tegen pesticiden voor plattelandsvrouwen, gezien hun oververtegenwoordiging in de landbouwarbeidskrachten en de bijzondere risico’s voor hun gezondheid.

Het Verdrag inzake de rechten van het kind bevat ook specifieke bepalingen om kinderen, gezien hun kwetsbare positie en bijzondere risico’s voor hun ontwikkeling, te beschermen tegen milieucontaminanten. [22] En het Comité voor de rechten van het kind formuleert regelmatig aanbevelingen aan de staten over de bescherming van kinderen tegen pesticiden en andere giftige stoffen. [23].

2.8 Rechten van de werknem·st·ers

De werknemers, met name landbouwarbeiders, seizoenarbeiders en arbeidsmigranten, worden in het bijzonder blootgesteld aan de risico’s van pesticiden. Naast de bepalingen over het arbeidsrecht van het IVESCR genieten werknemers ook van de beschermingsmechanismen die in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) ontwikkeld zijn. Het Verdrag (nr. 184) voor veiligheid en gezondheid in de landbouwsector voorziet namelijk specifieke maatregelen wat betreft de reglementering, de beperking en het verbod op chemische stoffen die gebruikt worden in de landbouw.
De arbeidsmigranten en hun families genieten bovendien van de bescherming van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van de rechten van alle arbeidsmigranten en hun familieleden.

In 2019 heeft de Speciale Rapporteur voor giftige stoffen de principes voorgesteld betreffende de mensenrechten en de bescherming van werknemers tegen de blootstelling aan giftige stoffen. [24] Deze principes zijn vervolgens op zich genomen door de Mensenrechtenraad in een resolutie over de bescherming van de rechten van werknemers die aan gevaarlijke stoffen en afval zijn blootgesteld. [25]

Deze principes vormen de meest nauwkeurige richtlijnen voor de staten om de bescherming van de rechten van werknemers te verzekeren ten aanzien van de risico’s gelinkt aan pesticiden.

3. Specifieke verplichtingen betreffende de uitvoer van verboden en/of gevaarlijke pesticiden

De mensenrechtenverplichtingen gelinkt aan pesticiden stoppen niet aan de grenzen van de staten. Het extraterritoriale karakter van de mensenrechtenverplichtingen van de staten is een algemeen aanvaard principe in het internationaal recht. [26]. De staten zijn dus verplicht, afzonderlijk en samen in het kader van de internationale samenwerking, maatregelen te nemen om de mensenrechten buiten hun grenzen te respecteren, te beschermen en te realiseren. [27].

Dit veronderstelt dat de staten zich ervan weerhouden om onmiddellijk tussen te komen in het genot van rechten in het buitenland, maar ook dat staten maatregelen nemen om overtredingen te voorkomen en te herstellen die buiten hun grondgebied voorkomen als gevolg van de activiteiten van particuliere actoren (met name ondernemingen) waarover zij controle kunnen uitoefenen. [28]. Deze verplichtingen zijn vooral relevant als het gaat om het verbieden en reguleren van de uitvoer van zeer giftige stoffen, die hoofdzakelijk geproduceerd worden in geïndustrialiseerde landen en die elk jaar verantwoordelijk zijn voor miljoenen gevallen van acute vergiftiging en duizenden doden, voornamelijk in de ontwikkelingslanden. [29].

In deze context hebben de mensenrechtenorganen de aanbevelingen afgelopen jaren sterk doen toenemen met het oog op het reglementeren van de handel in uiterst gevaarlijke pesticiden op internationaal niveau en het verbieden van de uitvoer van deze pesticiden door rijke landen naar arme landen.

De principes over mensenrechten en de bescherming van werknemers tegen de blootstelling aan giftige stoffen (zie hierboven) drukken uit dat « staten verplicht zijn redelijke maatregelen te nemen om de blootstelling van werknemers aan giftige stoffen te voorkomen die buiten hun nationale grondgebied voorkomen en die leiden tot overtredingen van de toepasselijke wetgeving, van zodra die blootstelling voortvloeit uit de activiteiten van ondernemingen waarover die staten controle kunnen uitoefenen en deze redelijkerwijs te voorzien is » (Principe 5) [30].

In haar verslag over mensenrechten en pesticiden bevestigt de voormalige Speciale Rapporteur voor het recht op voedsel, Hilal Elver, dat «het blootstellen van mensen van andere landen aan toxines waarvan is bewezen dat zij ernstige gezondheidsproblemen en zelfs de dood kunnen veroorzaken, duidelijk een schending van de mensenrechten betekent ». [31] In haar conclusies raadt zij de staten aan de praktijk van de “dubbele moraal” tussen de landen af te schaffen, die vooral nadelig is voor landen met zwakkere regelgevingssystemen. En het spoort de staten aan om een een volledig en bindend verdrag uit te werken om gevaarlijke pesticiden doorheen hun hele levenscyclus te reguleren. [32].

In 2020, met name na de publicatie van een rapport van de ngo’s Public Eye en Unearthed dat de omvang van de uitvoer van verboden pesticiden vanuit de Europese Unie, [33] onthult, heeft de Speciale Rapporteur voor giftige stoffen en mensenrechten een krachtige verklaring [34] afgelegd waarin hij de staten opriep een einde te maken aan deze « uitbuiting » die niets anders is dan een « politieke toegeving aan de industrie ». De verklaring werd medeondertekend door 35 andere speciale rapporteurs en experten van de VN. De experten klagen de verantwoordelijkheid van de EU aan voor « het blijven uitvoeren van die pesticiden en industriële, giftige chemicaliën, wat leidt tot algemene schendingen van het mensenrecht op leven, waardigheid en vrijwaring van wrede, onmenselijke en vernederende behandelingen in landen met een laag of gemiddeld inkomen » [35]. De experten wijzen erop dat de « discriminerende » en « racialiserende » aard van deze praktijken niet mag worden genegeerd « aangezien de gevaren worden uitbesteed aan gemeenschappen van Afrikaanse afkomst en andere niet-blanke groepen ».

Voorts heeft de Speciale Rapporteur voor giftige stoffen zich al nadrukkelijk gericht tot sommige staten om hen te vragen de uitvoer van gevaarlijke pesticiden te verbieden. In een mededeling gericht aan Zwitserland, het land van herkomst van Syngenta, één van de drie grootste pesticidenbedrijven ter wereld, heeft de Speciale Rapporteur aan de regering gevraagd om haar standpunt over een ontwerp van ordonnantie over de uitvoer van pesticiden te herzien: « Ik spoor de regering van Uwe Excellentie aan de voorgestelde wijziging van ORRChem te heroverwegen en de uitvoer van pesticiden en andere stoffen waarvan het gebruik in Zwitserland verboden is, te verbieden ». [36].

De Speciale Rapporteur heeft ook gelijkaardige opmerkingen geformuleerd in verslagen en mededelingen bestemd voor het Verenigd Koninkrijk [37], Duitsland [38], Denemarken [39] en Canada [40].

De Speciale Rapporteur voor het recht op een gezonde leefomgeving heeft daarentegen Frankrijk gefeliciteerd met de invoering van een wet die de uitvoer van pesticiden, waarvan het gebruik niet toegestaan is in het land, verbiedt. [41].

4. Conclusie

De mensenrechteninstrumenten bevatten duidelijke bepalingen op het gebied van bescherming tegen de risico’s gelinkt aan pesticiden. En de aanbevelingen van mensenrechtenorganen nemen sterk toe in aantal met het oog op het verbieden van de gevaarlijkste pesticiden (inclusief de uitvoer ervan naar het buitenland) en het reglementeren en verminderen van het gebruik van alle synthetische pesticiden. Het is tijd dat de staten, in het bijzonder de rijkste staten waar de voornaamste pesticidenbedrijven zijn gevestigd, hun verantwoordelijkheid nemen en hun verplichtingen vervullen op het gebied van mensenrechten.
In die zin heeft FIAN International een reeks politieke aanbevelingen geformuleerd, verankerd in de mensenrechten, om de staten te helpen maatregelen te nemen om: zeer gevaarlijke pesticiden te verbieden; de andere pesticiden geleidelijk aan te doen verdwijnen; en de overgang naar agro-ecologie te vergemakkelijken [42]. FIAN heeft ook een studie gepubliceerd die de strijd en inspirerende ervaringen van lokale gemeenschappen analyseert, over de hele wereld, en die strijdt voor een planeet zonder pesticiden. [43].

Download de informatienota in het Nederlands