Leider ist dieser Text nicht auf Deutsch verfügbar.
7. März 2019
Opiniestuk

Mensenrechten? België kijkt vooral toe

In 2011 verwierf de Belgisch-Luxemburgse landbouwgigant SOCFIN 18000 hectare land in Malen Chiefdom, gelegen in het zuiden van Sierra Leone, voor de installatie van een industriële palmolieplantage. Vanaf dag één hebben lokale gemeenschappen zich tegen de landovereenkomst verzet. Ondertussen is duidelijk dat ze alle reden hadden om dit te doen: ze verloren hun gronden en hun rechten worden systematisch geschonden. SOCFIN komt er straffeloos mee weg.

Op 21 januari 2019 komt het in Malen Chiefdom, in de plantages van SOCFIN, opnieuw tot een gewelddadig incident. Een demonstratie escaleert en het komt tot schermutselingen tussen de leden van de gemeenschap en de veiligheidstroepen die de eigendommen van het bedrijf beschermden. Twee mensen komen om het leven door een kogel. Kort nadien worden, met logistieke steun van SOCFIN, politie- en militaire invallen uitgevoerd in de omliggende dorpen. Mensen worden geslagen, huizen vernield en eigendommen geplunderd. Honderden mensen ontvluchten hun huizen en 15 mensen worden gearresteerd. De feiten passen binnen een lange reeks van willekeurige arrestaties en intimidatie van lokale landrechtenactivisten.

Zowel het rapport dat de NGO FIAN Belgium vandaag publiceert, als een artikel in het onderzoeksmagazine Médor, tonen aan dat de getroffen gemeenschappen die de toegang tot en de controle over hun land verloren, sinds 2011 zijn blootgesteld aan ernstige mensenrechtenschendingen. Zo daalden de voedselconsumptie en de kwaliteit van dit voedsel, gaan er minder kinderen naar school omdat ze het schoolgeld niet langer kunnen betalen en worden mensen tewerkgesteld in precaire omstandigheden aan een loon dat ver onder het minimumloon ligt. De rapporten wijzen ook op beschuldigingen van corruptie en niet-naleving van de maatschappelijke verbintenissen van de onderneming. Een recent rapport van de Zwitserse NGO Bread for All documenteert de impact van de activiteiten van de filialen van SOCFIN in Liberia. Ook daar maakt SOCFIN zich schuldig aan inbreuken op de mensenrechten.

De verantwoordelijkheid van België en de Europese Unie

De case van SOCFIN is het zoveelste voorbeeld van de negatieve impact die bedrijven kunnen hebben op mens en milieu. Denk aan enkele voorbeelden die de jongste jaren onder de aandacht kwamen: Asbeststorten door Eternit in India, de ineenstorting van de Rana Plaza fabriek waar Europese merken en labels hun kleding lieten produceren, grootschalige vervuiling van de Niger Delta door Shell en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.

Ondanks het feit dat de misdaden zich buiten Europa afspelen, worden de bedrijven vaak vanuit Europa aangestuurd door het moederbedrijf. SOCFIN is voor het grootste deel in handen van de Belg Hubert Fabri. Het bedrijf heeft haar zetel in Luxemburg en de meeste van haar bureaus in Zwitserland (tot voor kort was het bedrijf nog gevestigd in België). Bovendien financiert SOCFIN haar activiteiten deels met Belgisch geld. Zo ontving het bedrijf verschillende leningen van de Belgische tak van ING. De complexe en ondoorzichtige structuren van multinationals maken het voor de getroffen bevolking moeilijk tot onmogelijk om het bedrijf in kwestie tot verantwoording te roepen, de inbreuken te doen stoppen en herstelbetalingen te verkrijgen.

België en andere Europese landen dragen een belangrijke verantwoordelijkheid en hebben de verplichting om alles in hun macht te doen om de mensenrechten te beschermen, door inbreuken vanwege bedrijven te voorkomen en te remediëren. Dit brengt ons bij de kern van de zaak: België doet vandaag onvoldoende.

Naar bindende regulering voor bedrijven

Enkele maanden geleden publiceerde het Hoger Instituut voor Arbeid van de KU Leuven (HIVA) een rapport waarin het de inspanningen van verschillende Europese landen rond duurzame productieketens analyseert. Het rapport besluit dat België achterop hinkt. Ons land beperkt zich tot vrijwillige initiatieven zoals het sensibiliseren van bedrijven, bijvoorbeeld doormiddel van een human rights “toolkit” of het opzetten van lerende netwerken voor ketenzorg. Regulerende maatregelen die moeten zorgen voor een “slimme mix” blijven uit. Het Belgisch Nationaal Actieplan Bedrijven & Mensenrechten, dat de regering in de zomer van 2017 publiceerde, voorziet geen enkele bindende maatregel. Nochtans is er op internationaal niveau steeds meer consensus dat enkel vrijwillige initiatieven niet volstaan om respect voor mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu door multinationals te garanderen.

Als middenveldorganisaties roepen we de huidige en toekomstige regering op om werk te maken van een zorgplicht voor bedrijven: een bindend kader dat bedrijven wettelijk verplicht om mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu te respecteren, ook via hun leveranciers, hun onderaannemers en hun dochterondernemingen, en hen juridisch aansprakelijk stelt voor mogelijke inbreuken. Bovendien moet België ervoor zorgen dat mensen die een negatieve impact ondervinden van bedrijfsactiviteiten, toegang hebben tot rechtspraak en remediëring.

Het pad hiervoor werd geëffend door onze buurlanden. In Frankrijk bestaat er al een wet die een “devoir de vigilance” (waakzaamheidsplicht) oplegt aan bedrijven. In Zwitserland zullen de burgers in 2020 stemmen over een gelijkaardige wet die bijkomend de toegang tot rechtspraak moet verbeteren. Ook in het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Finland, Nederland en Duitsland wordt er gewerkt aan wetgevende initiatieven. België kan dus een voorbeeld nemen aan wat er in de rest van Europa gebeurt. Op internationaal niveau, binnen de VN, wordt er gewerkt aan een Bindend Verdrag voor het reguleren van bedrijven en de toegang tot rechtspraak voor getroffen personen. België zou hierin een voortrekkersrol kunnen en moeten spelen. Tot nu toe toont België zich eerder terughoudend Het is tijd dat ons land constructief en inhoudelijk deelneemt aan dit proces.

De vraag die we ons stellen is: hoeveel rapporten moeten er nog geschreven worden, dammen moeten er nog breken, mensenrechtenactivisten moeten er nog vermoord worden en fabrieken moeten er nog instorten alvorens onze regering in actie schiet en overgaat tot bindende regulering?

Ondertekenaars:

Hanne Flachet, beleidsmedewerker FIAN Belgium
Els Hertogen en Dirk Van Maele, adjunct-directeurs 11.11.11
Nicolas Van Nuffel, Verantwoordelijke departement beleid CNCD-11.11.11
Michel Kervyn, Voorzitter Oxfam in België
Wies Willems, Beleidsmedewerker Broederlijk delen
Timur Uluç, Secretaris Generaal Commission Justice et paix
Carole Crabbé, Secretaris Generaal achACT
Santiago Fischer, beleidsmedewerker WSM Wereldsolidariteit
Hélène Capocci, Beleidsmedewerker Entraide et Fraternité

Dit opiniestuk verscheen op donderdag 7 maart 2019 in De Standaard: http://www.standaard.be/cnt/dmf20190306_04235925