Ultrabewerkte voeding : wat zijn de gevolgen voor de volksgezondheid ?
De beschikbaarheid van voedingsmiddelen in landen met een hoog inkomen, zoals België, is de laatste veertig jaar aanzienlijk geëvolueerd, met name door de opkomst van een op grote schaal geïndustrialiseerde productie. Zo hebben mensen toegang, soms tegen lage prijzen, tot voedingsmiddelen die complexe industriële bewerkingsprocesen ondergingen. De laatste tijd is er echter steeds meer aandacht voor zogenaamde “ultrabewerkte voeding” (ultra-processed food in het Engels) vanwege de opeenstapeling van wetenschappelijk bewijs over hun schadelijke effecten op de volksgezondheid.
- Inleiding
- Ultrabewerkte voeding : waar gaat het over ?
- Welke rol spelen ultrabewerkte voeding in het Belgische voedingspatroon ?
- Consumptie van ultrabewerkte voeding en volksgezondheid
- Wat kan er gedaan worden om de consumptie van ultrabewerkte voeding te verminderen ?
- Downloads
Inleiding
Deze bijdrage belicht de resultaten van onderzoek over eetgewoonten, met name epidemiologisch onderzoek, d.w.z. statistische analyses die op bevolkingsniveau worden uitgevoerd door middel van vaak zeer uitgebreide enquêtes. Daarbij is het belangrijk om aan te geven hoe ultrabewerkte voeding in dergelijk onderzoek gedefinieerd wordt, gezien het belang ervan voor de interpretatie van de onderzoeksresultaten. Vervolgens bespreken we de beschikbare bevindingen over de consumptie van ultrabewerkte voeding door de Belgische bevolking. De schadelijke effecten van een hoge consumptie van ultrabewerkte voeding worden vervolgens samengevat en tot slot worden de perspectieven voor de volksgezondheid bekeken.
Ultrabewerkte voeding : waar gaat het over ?
In 2010 publiceerde een team van Braziliaanse voedingsdeskundigen onder leiding van C. Monteiro een baanbrekend artikel dat het debat over ultrabewerkte voeding op gang bracht. [1] Geconfronteerd met de beschikbaarheid van industrieel geproduceerde voedingsmiddelen, met name in Brazilië, wilde het team een leemte opvullen in de kennis over de mogelijke impact van deze voedingsmiddelen op de gezondheid. Er bestond al erg veel onderzoek over de verbanden tussen voedselkwaliteit en chronische ziekten, maar dit onderzoek richtte zich op de nutritionele componenten van voeding. Er werd onvoldoende rekening gehouden met hoe voedingsmiddelen en de bestanddelen ervan tijdens de industriële productie gewijzigd worden. De uitzonderingen waren verwerkt vlees (zoals fijne vleeswaren) en hun verband met darmkanker, evenals suikerhoudende dranken en hun verband met obesitas en diabetes type II. Tot nu toe waren epidemiologische analyses dus vooral gericht op voedselgroepen, met een op dieet of gebruik gebaseerde visie. Dit heeft de basis gevormd voor de meeste huidige voedingsaanbevelingen.
De door het team van C. Monteiro voorgestelde classificatie, genaamd NOVA, bestaat uit vier groepen, die zijn opgericht om rekening te houden met “alle methoden en technieken die door de verwerkingsindustrie worden gebruikt om onbewerkt voedsel om te zetten in bewerkte voedsel.” [2]
Het is belangrijk op te merken dat deze industrieel geproduceerde voedingsmiddelen al decennialang bestaan en al vele jaren wijdverspreid verkrijgbaar zijn in hoge-inkomenslanden. Nu ook meer en meer wereldwijd. Voedingsdeskundigen en campagnevoerders voor een universeel toegankelijk gezond dieet, hebben al lang gewezen op de mogelijke schadelijke effecten van deze voedingsmiddelen. Daadwerkelijk objectief bewijs over de gevolgen voor de gezondheid van de bevolking is echter recent.
Het is ook vermeldenswaardig dat de NOVA-classificatie nog steeds ter discussie staat in de wetenschappelijke gemeenschap, omdat deze onnauwkeurig is en moeilijk bruikbaar kan zijn in epidemiologische studies waarbij voedsel (of drank) per voedingsmiddel worden gecategoriseerd. Onderzoeksteams zijn sindsdien bezig met de nodige verduidelijkingen. Desondanks heeft de NOVA-classificatie een licht kunnen werpen op dit onderwerp, want in de afgelopen tien jaar hebben talrijke onderzoeken de verbanden tussen de consumptie van ultrabewerkte voeding en de gezondheid wetenschappelijk gedocumenteerd.
De vier NOVA-groepen worden als volgt gedefinieerd :
|
Welke rol spelen ultrabewerkte voeding in het Belgische voedingspatroon ?
Een analyse van het aandeel van ultrabewerkte voeding in de gebruikelijke voedselconsumptie van de Belgische bevolking, werd uitgevoerd op basis van de nationale enquête uitgevoerd door Sciensano in 2014. [3] S. Vandevijvere en collega’s toonden aan de hand van de NOVA-classificatie aan dat ultrabewerkte voeding gemiddeld 30% van de totale energie-inname van de bevolking van 3 tot 64 jaar uitmaken. Kinderen van 3 tot 9 jaar consumeerden, in verhouding tot de energie die hun voeding levert, meer (33%) dan andere bevolkingsgroepen (29%). Een analyse van de voedselkosten op basis van het aandeel van ultrabewerkte voeding bevestigde dat deze voedingsmiddelen bijdroegen aan een goedkoper dieet (zie grafiek 1 [4]).
Bijdrage (gemiddeld %) van onbewerkte/minimaal bewerkte voedingsmiddelen (MPF), bewerkte culinaire ingrediënten (PCI), bewerkte voedingsmiddelen (PF), ultrabewerkte voedingsmiddelen (UPF) en alcohol aan de kosten van diëten (totale kosten/dag) per geslacht en leeftijdsgroep in België.
Bovendien bleef dit consumptie-niveau stabiel onder mensen van 15 tot 64 jaar sinds het vergelijkbare onderzoek dat in 2004 werd uitgevoerd, ook door Sciensano. Dit is niet zo verrassend aangezien de belangrijkste veranderingen in de voedselomgeving plaatsvonden vóór de jaren 2000. Het voortzetten van de analyse van deze ontwikkelingen zal mogelijk zijn dankzij de nationale enquête over de voedselconsumptie die in België werd uitgevoerd in 2022-2023 en waarvan de eerste resultaten nu geleidelijk worden gepubliceerd. [5]
Merk op dat er sterke verschillen zijn tussen landen : het aandeel energie dat wordt geleverd door ultrabewerkte voeding bedraagt in de Verenigde Staten meer dan 50%. In Europa is het aandeel het grootst in het Verenigd Koninkrijk en Zweden, en het kleinst in Italië en Roemenië (ongeveer 15%) (zie grafiek 2 [6]) [7].
-
- BMJ. 2023 Oct 10 2023. doi : 10.1136/bmj-2023-075294 consulté le 19 Octobre 2024 - licence CC NY
- © BMJ.
Gemiddeld aandeel van sterk bewerkte voedingsmiddelen in de voeding van volwassenen in verschillende landen (% van de energie-inname), gebaseerd op nationaal representatieve onderzoeken.
Consumptie van ultrabewerkte voeding en volksgezondheid
Zoals hierboven vermeld, is er sinds de voorstelling van de NOVA-classificatie in 2010 veel onderzoek naar deze voedingsmiddelen uitgevoerd.
Hoewel de exacte mechanismen van hun impact op de gezondheid nog moeten worden opgehelderd, zijn de conclusies van epidemiologische onderzoeken consistent : bij verhoogde consumptie van ultrabewerkte voeding, is het risico op obesitas, type II diabetes en hart- en vaatziekten hoger dan bij bevolkingsgroepen die er minder van consumeren. [8]
Deze conclusies worden geleverd door “meta-analyses”, die resultaten samenbrengen van onderzoeken die in verschillende contexten en met verschillende methoden zijn uitgevoerd, wat uiteindelijk de algehele conclusie versterkt.
Deze bevindingen moeten enigszins met voorzichtigheid benaderd worden, aangezien ze gebaseerd zijn op observationele studies. “Correlatie is geen oorzakelijk verband”. In dit geval moet worden opgemerkt dat de bevolkingsgroepen die de meeste ultrabewerkte voeding consumeren, ook andere risicofactoren kunnen vertonen : minder lichaamsbeweging, meer alcoholgebruik, etc. Deze factoren worden in het algemeen in rekening gebracht in de meerderheid van de genoemde onderzoeken, maar andere elementen waarmee tot nu toe geen rekening is gehouden, zouden een rol kunnen spelen.
Nog belangrijker is dat ultrabewerkte voeding kenmerken heeft op basis waarvan mechanismen worden bestudeerd om hun effecten op de gezondheid te begrijpen. Allereerst hebben deze voedingsmiddelen een lagere voedingskwaliteit dan voedingsmiddelen die in de NOVA 1-groep zijn ingedeeld. Bovendien wijzigt hun fysieke transformatie (bijvoorbeeld door extrusie of frituren) hun textuur, wat leidt tot minder verzadiging wanneer ze worden gegeten, of wat leidt tot de productie van stoffen met gedocumenteerde negatieve effecten op de gezondheid. Daarnaast worden ze verpakt en bewaard in materialen waarvan sommige bestanddelen in het voedsel kunnen terechtkomen. Ten slotte spelen additieven en aroma’s een sleutelrol : het is complex om al hun negatieve effecten op te sommen, vooral wanneer er meerdere aanwezig zijn (“cocktail-effect”), maar recent onderzoek heeft hun schadelijke effecten op verschillende gezondheidsparameters (zoals ontstekingen) en hun carcinogene eigenschappen (risico op kanker) aangetoond.Hoewel ultrabewerkte voeding recent zijn onderzocht, kunnen ze niet als enige verantwoordelijk worden gehouden voor de evoluties die de afgelopen decennia wereldwijd zijn waargenomen in het voorkomen van chronische niet-overdraagbare ziekten (waarvan obesitas er één is). Deze ziekten worden namelijk beschouwd als multifactorieel, wat betekent dat hun ontstaan wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder de kwaliteit van de voeding. Deze speelt in een brede opvatting (d.w.z. zowel qua voedingswaarde als qua wat ze verder met zich meebrengt) een sleutelrol. Vanwege de hierboven genoemde mechanismen en het feit dat de beschikbaarheid van ultrabewerkte voeding samenvalt met het optreden van deze ziekten, wordt hun bijdrage sterk vermoed [9]. In de Verenigde Staten is de prevalentie van obesitas sinds de jaren zestig verdrievoudigd en treft ze nu 40% van de bevolking, wetende dat ultrabewerkte voeding in de jaren tachtig hun intrede deden.
Ter vergelijking : de prevalentie van obesitas onder personen van 3 jaar en ouder bedroeg 18% in België in 2022-2023, en dit percentage is stabiel gebleven sinds 2014-2015 volgens informatie van de voedselconsumptiepeiling. Op basis van zelfgerapporteerde gegevens over gewicht en lengte uit gezondheidsenquêtes uitgevoerd door Sciensano [10] steeg de prevalentie van obesitas echter van 11,5% in 1998 tot 16,4% in 2018 bij mannen van 18 jaar en ouder, en van 11,1% in 1998 tot 14,5% in 2018 bij vrouwen van dezelfde leeftijd. Deze nationale gemiddelden geven echter niet de verschillen per regio, leeftijd en natuurlijk sociaaleconomische status weer. Ten slotte, hoewel er geen analyses bestaan om de impact van de consumptie van ultrabewerkte voeding op de “ziektelast” op Belgisch niveau te beoordelen, heeft een schatting van de bijdrage van voedingsdeterminanten aan de morbiditeit (in termen van DALY’s [11]) de overheersende rol van voedselconsumptie in deze zin aangetoond. Deze bijdrage kan direct zijn via, in het bijzonder, een te lage consumptie van fruit, groenten, volle granen, of deregelijke. Deze bijdrage kan ook indirect zijn, via fysiologische toestanden die voortvloeien uit een ongunstig voedingspatroon (hoge bloeddruk, overgewicht en obesitas, hyperglykemie etc.). [12]
Wat kan er gedaan worden om de consumptie van ultrabewerkte voeding te verminderen ?
Net als bij voedingsmiddelen en dranken die ongunstig zijn voor de gezondheid vanuit voedingskundig oogpunt, kunnen er verschillende maatregelen worden overwogen om de consumptie van ultrabewerkte voeding door de bevolking te verminderen. Op het gebied van volksgezondheid zijn de voedingsinterventies die al jaren worden gepromoot, niet gericht op individuen, maar op de voedselomgeving. De invloed van marketing, beschikbaarheid en voedselprijzen wordt namelijk als cruciaal beschouwd bij voedselgerelateerde keuzes, veel meer dan individuele factoren (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, sociaaleconomisch niveau, cultuur etc.).
Het informeren van de bevolking is een noodzakelijke stap om geïnformeerde keuzes te kunnen maken. Dit vereist transparantie (bijvoorbeeld de lijst met ingrediënten op de verpakking, zoals gereguleerd door de Europese Unie) en ondersteuning bij het lezen en begrijpen van de bijhorende risico’s. Het gaat er immers niet om de consumptie van ultrabewerkte voeding te verbieden, maar erover te waken dat de geconsumeerde hoeveelheid beperkt blijft en deel uitmaakt van een voedingspatroon waarin voedingsmiddelen uit de NOVA 1-groep op de eerste plaats komen. Naast de ingrediëntenlijst is het daarom nuttig om campagnes en voorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen die gericht zijn op een breed publiek, met versterkte acties voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen (aangezien, zoals eerder vermeld, sommige ultrabewerkte voedingsmiddelen relatief goedkoop zijn). Deze informatie, in verschillende aanvullende formaten, kan in België zowel op federaal als regionaal niveau worden ingezet, en zelfs op meer lokaal, op het niveau van de steden en gemeenten. De voedingsaanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad moedigen overigens reeds aan om de consumptie van deze voedingsmiddelen te beperken. [13]
Op dit moment zijn reclame- en marketingcampagnes de belangrijkste bronnen van ’informatie’ over ultrabewerkte voeding. Hun doel is (logischerwijs) om consumptie aan te moedigen, en niet om individuen autonomie te geven in hun voedingsbeslissingen. Het belang van het reguleren van reclame voor ongezonde voedingsmiddelen werd door de Hoge Gezondheidsraad opnieuw benadrukt, in het bijzonder met betrekking tot kinderen en adolescenten. [14]
Terwijl andere landen al dergelijke wetgeving hebben, moet een beslissing in België op federaal niveau nog worden genomen. Aanvullend kunnen labels met informatie worden geïmplementeerd. De NutriScore, officieel aanbevolen in België, is gebaseerd op algoritme dat voedingsmiddelen analyseert en geeft visueel de voedingswaarde weer. Hierbij werd reeds gesuggereerd dat de grafische weergave verder moet worden aangepast om ultrabewerkte voeding aan te duiden.
Deze stap kan gezet worden zodra de NOVA-classificatie met behulp van lopend onderzoek eenduidiger wordt.
Naast deze overwegingen moet er ook aandacht zijn voor het voedselsysteem als geheel, om een maximale beschikbaarheid en toegankelijkheid van gezond voedsel te realiseren.
Het kan gaan om directe steun aan producenten, politieke keuzes over het gebruik van grond en productiemethoden, regulering van additieven, belasting op ongezonde voedingsmiddelen om ze minder “toegankelijk” te maken, met name voor kwetsbare groepen, en deze laatsten tegelijkertijd te ondersteunen bij het verkrijgen van toegang tot gezonde voedingsmiddelen ; e.d. Er is geen tekort aan mogelijkheden om het voedselsysteem als geheel te beïnvloeden. Het is aan de politieke besluitvormers om deze kansen zonder uitstel te grijpen.
Downloads
👉 [Lees het volledige artikel in onze publicatie BEET-the-System 2024 : De tyrannie van junkfood !
