Verzet zaaien - BEET the system ! 2025

Sociale bewegingen in de strijd voor voedselsoevereiniteit

Welke toekomst voor de mensenrechten ?

Door Priscilla Claeys | onderzoekster en activiste bij het Centre for Agroecology, Water and Resilience (CAWR) van de Universiteit van Coventry, en Voorzitster van FIAN International

Waarom belangstelling tonen voor sociale bewegingen ?

Mijn engagement voor het recht op voeding vindt zijn oorsprong in de Filippijnen, in het begin van de jaren 2000. Dankzij Quinoa ontmoette ik daar Ben Ramos van Peace Development Group (PDG), die streed voor het recht op land op het eiland Negros. Bij mijn terugkeer werd ik aangesteld als coördinatrice van FIAN Belgium, waar ik op mijn beurt kon strijden voor hervormingen in de landbouw, het recht op voedsel en billijkere voedselsystemen. Sindsdien heb ik als onderzoekster en activiste kunnen waarnemen hoe essentieel sociale bewegingen zijn om mensenrechten te verdedigen en te bevorderen (met name via mijn thesis over dit onderwerp). Mensenrechten zijn een politiek ideaal, een rode draad die moet worden eerbiedigd indien we de waardigheid van allen willen garanderen en respecteren. Maar ze bestaan enkel indien ze worden opgeëist. Sociale bewegingen hebben daarbij hun rol te spelen.

Maar wat is een sociale beweging ?

Er bestaat al een overvloed aan literatuur over dit onderwerp. Volgens deze literatuur heeft een sociale beweging vijf dimensies. Ze vertegenwoordigt : 1) een gezamenlijke collectieve actie, 2) ten gunste van een doel of gericht op verandering, 3) die langdurig is 4) met een bepaald niveau van organisatie en 5) een dimensie van protest die verder gaat dan de louter institutionele dialoog. Elk van deze vijf elementen kan in vraag gesteld worden. Voor sommige bewegingen zijn de doelstellingen voor verandering veelzijdig, complex of omstreden. Andere zijn vooral gericht op individuele verandering (zoals de beweging voor het vrijwillige sobere leven of de beslissing om vegetariër te worden), waarbij hun collectieve dimensie minder zichtbaar is. Sommige bewegingen zijn niet tijdloos. Andere doorlopen fases van onzichtbaarheid zonder echter uit te doven. Sommige zijn transnationaal, terwijl andere op zeer lokale schaal zijn georganiseerd. De mobilisatiestrategieën of actierepertoires variëren ook naargelang de context. Het meest kenmerkende aspect van een sociale beweging is ongetwijfeld "de straat opgaan". Demonstraties, protesten, burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, dagelijks verzet : de beweging bestaat en onderscheidt zich van het optreden van andere actoren (zoals ngo’s) vooral omdat ze niet alleen aan politieke belangenbehartiging doet. De acties die zij voert, ontvouwen zich vooral via niet-institutionele kanalen. Ze is een kracht van verandering omdat ze de wil van het ’volk’ uitdrukt.

Hoe kunnen we een sociale beweging ontcijferen ?

Er bestaan verschillende interpretatiekaders om een beweging te analyseren, naargelang men zich baseert op Franse/Europese of Amerikaanse theorieën. De Franse socioloog Alain Touraine stelt bijvoorbeeld drie vragen voor om een beweging te analyseren : wat is de collectieve identiteit die zij opbouwt of die haar drijft ? Wie is haar tegenstander of tegen wat keert zij zich ? Wat is haar missie of het wereldbeeld dat zij voorstaat ? Als we kijken naar de bewegingen voor voedselsoevereiniteit, levert dit interpretatiekader het volgende op : het zijn bewegingen van boeren, boerinnen en mensen die het land bewerken en hen steunen (als collectieve identiteit) [1] ; die zich verzetten tegen de liberalisering van de landbouwhandel en de industrialisering van de voedselsystemen (agribusiness als vijand) ; en die agro-ecologie, herlokalisering en een waardig loon voor allen verdedigen, evenals het recht om hun landbouw- en voedselbeleid te bepalen (voedselsoevereiniteit als visie). De Amerikaanse school voor de studie van sociale bewegingen legt daarentegen de nadruk op drie andere vragen. Wat zijn de mobilisatiestructuren van de beweging (haar organisatie, haar leiders, haar communicatie, haar bondgenoten) ? Welke politieke opportuniteiten kunnen worden geschapen of gegrepen ? En ten slotte, hoe worden de eisen van de beweging geformuleerd ? Met politieke of juridische opportuniteiten bedoelt men mogelijkheden voor de beweging om politieke of wetgevende veranderingen op lokaal of nationaal niveau te bewerkstelligen, zoals een nieuwe wet. Afhankelijk van de periode is de institutionele context meer of minder open voor verandering. Het is aan de beweging om opportuniteiten voor verandering te identificeren of te creëren. Wat tenslotte de bewegingseisen betreft, moeten we kijken naar het kader of de “framing” die door de activisten van een beweging moet worden gecreëerd om hun eisen in krachtige en doeltreffende bewoordingen te formuleren, die zowel nieuwe leden aantrekken als overtuigen. [2]


Box 1

Wat is de op mensenrechten gebaseerde benadering ?

De op mensenrechten gebaseerde benadering (‘Human Rights-Based Approach’ of HRBA) ontwikkelde zich in de jaren negentig als alternatief voor de op behoeften gebaseerde benadering. Ze betekent een breuk met liefdadigheid als centrale pijler in het werk van humanitaire- en ontwikkelings-ngo’s. Ze beschouwt de getroffen gemeenschappen als actoren en houders van rechten en niet langer als begunstigden ervan. Deze benadering legt de nadruk op de verplichting van de staten om rechten te waarborgen en toe te passen, en steunt op vijf principes : inclusieve deelneming in de besluitvorming, non-discriminatie, transparantie en toegang tot informatie, en verantwoordingsplicht (accountability). Het internationale mensenrechtenkader en de bijbehorende juridische instrumenten staan in deze benadering centraal. Dit houdt met name in dat kwetsbare of getroffen groepen worden geïdentificeerd en dat genderongelijkheid onder de aandacht wordt gebracht. HRBA steunt op begrippen die al in de ontwikkelingswereld worden gehanteerd, zoals empowerment, zelfbeschikking of participatie. Armoede wordt in grote lijnen gedefinieerd als een schending van de mensenrechten en het is aan de armen, d.i. de mensen wiens rechten worden geschonden, om hun rechten op te eisen. Mensen worden niet langer gezien als loutere hulp begunstigden of mensen in nood (zoals in de behoeftegerichte benadering), maar als burgers. Niet alleen NGO’s zoals Action Aid en Oxfam hebben hun optreden rond deze principes gereorganiseerd, maar ook bilaterale agentschappen voor ontwikkelingssamenwerking en VN-agentschappen. Deze benadering staat ook centraal in de handelwijze van de Europese Commissie in haar internationale partnerschappen en haar "Global Gateway"-strategie. [3]

Welk verschil maakt de ontwikkeling op basis van mensenrechten ?

De HRBA zou moeten leiden tot minder interventies in de vorm van het leveren van "diensten" en meer in de vorm van beleidsbeïnvloeding of capaciteitsopbouw. In de praktijk is dat minder vanzelfsprekend. Critici werpen op dat deze koerswijziging in werkelijkheid gericht was op het behoud van de status quo, maar dat het de betrokken ngo’s in staat stelde om zich met het mooie vernis van de mensenrechten te bekleden. De beperkingen van deze aanpak zijn duidelijk. Ze vereist een grotere inzet van advocaten en juristen en stelt de kwestie van toegang tot de rechter centraal, waarvan we weten dat die moeilijk of zelfs onbestaande is voor veel arme mensen in de zuidelijke landen. Ze gebruikt de landen in het Zuiden (en hun instellingen) als spil van ontwikkeling, ook al zijn deze staten autoritair en repressief of zijn hun handen gebonden door talrijke randvoorwaarden. En bovenal raakt deze benadering niet aan de kwestie van de verantwoordelijkheid van de landen in het Noorden of van internationale actoren. Ngo’s van de mensenrechtenbeweging zoals Amnesty International, Human Rights Watch of FIAN International wijken af van deze benadering door de nadruk te leggen op de verantwoordelijkheden van bedrijven of op de extraterritoriale verplichtingen van staten en door het kapitalisme en het kolonialisme aan de kaak te stellen.


Zijn mensenrechten nuttig voor sociale bewegingen ?

Veel bewegingen kunnen niet om mensenrechten heen, omdat noch publieke actoren zoals overheden, noch particuliere actoren graag beschuldigd worden van mensenrechtenschendingen. Met de vinger wijzen en schendingen aan de kaak stellen is een krachtig wapen, omdat de rechten zijn gecodificeerd door de multilaterale orde die sinds het einde van de Koude Oorlog de boventoon voert. Het discours over mensenrechten ondersteunt een effectief denkkader door legitimiteit en een universele reikwijdte te geven aan de eisen van een beweging. Daarin ligt de kracht ervan. Voor een beweging zijn de voordelen van het formuleren van haar eisen in termen van rechten onder meer : een grotere zichtbaarheid in de media omdat mensenrechten een stevige morele referentie zijn, een versterking van de legitimiteit en een vergemakkelijkte coalitievorming dankzij een gemeenschappelijke anker in hetzelfde discours, namelijk dat van de mensenrechten. Het Nyéléni-forum van 2025, dat activisten uit alle continenten samenbrengt, stelt dan ook de vraag of mensenrechten de hoeksteen kunnen zijn waarrond de beroemde convergentie van de strijd voor voedselsoevereiniteit zich organiseert, in een intersectoraal en intersectioneel perspectief. Of dat mensenrechten net een minder centrale of uitgesproken plaats zullen innemen in deze strijd.

Wat zijn de beperkingen van het mensenrechtendiscours voor bewegingen ?

Deze benadering dreigt de nadruk te leggen op de technische of cosmetische aspecten van mensenrechten, en de strijd te verplaatsen naar juridische fora. Dit kan leiden tot de afhankelijkheid van een kleine groep deskundigen of een vorm van demobilisatie (het is niet meer nodig om de straat op te gaan aangezien er een juridische strijd wordt gevoerd). In bepaalde contexten kunnen rechten als onuitvoerbaar worden beschouwd, gezien de nadruk die gelegd wordt op de rol van de staat en het aantal zwakke of falende staten. Rechten kunnen ook worden afgewezen omdat ze worden gezien als een koloniale of externe oplegging. De uitdaging voor bewegingen die gebruik willen maken van rechten zal dus zijn om dit discours over te nemen en tegelijkertijd te betwisten. La Via Campesina is een sterk voorbeeld van een beweging die erin geslaagd is om eisen te formuleren die verankerd zijn in nieuwe rechten, die beantwoorden aan de behoeften van de boer·inn·enstrijd en die aansluiten bij de wereldvisie van haar actoren. Terwijl het gebruik van mensenrechten altijd werd geanalyseerd als een top-downproces van lokale aanpassing van wereldwijde juridische concepten (wat de rechtsantropologe Sally Engle Merry "vernacularisation" noemde) [4] ; hebben boeren en boerinnen een "omgekeerde vernacularisation" doorgevoerd” [5].. Ze hebben zich geprofileerd als makers, als volwaardige actoren in de rechtsfabriek.

In welk opzicht zijn de rechten van boeren en boerinnen nieuwe rechten ?

Centraal in het project van voedselsoevereiniteit staat een krachtig discours over mensenrechten : deze moeten collectief, multicultureel en niet-statelijk zijn, waardoor ze een waar instrument van verzet vormen. De verklaring voor de rechten van boer·inn·en van 2018 (UNDROP)1 is in die zin een revolutionaire juridische tekst, dat het resultaat is van hun strijd. Ze bekrachtigt het recht op land, op zaden en op voedselsoevereiniteit als individuele en collectieve rechten, verankerd in het internationaal recht en in de lokale strijd. Deze door het volk opgeëiste en geformuleerde rechten staan centraal in de strijd voor rechtvaardige en eerlijke voedselsystemen. Ze serieus nemen betekent ze als leidraad gebruiken, maar niet op dogmatische wijze. In die zin overstijgen de boer·inn·enbewegingen het soms beperkte kader van de benadering van ontwikkeling via rechten (zie encadré 1).

FIAN viert zijn 40-jarig bestaan... in 2026

De context die hier geschetst wordt is nuttig om de schokgolf te begrijpen die werd veroorzaakt door de opkomst van de beweging voor voedselsoevereiniteit, in het midden van de jaren negentig. Het was voor FIAN International een gelegenheid om zichzelf opnieuw uit te vinden. FIAN werd in 1986 opgericht naar het voorbeeld van Amnesty International. FIAN zou in haar mandaat vooreerst ook economische, sociale en culturele rechten opnemen. Voor een lange tijd waren de actiemethoden van FIAN, verankerd in internationale solidariteit, maar ook in het imperialistische paradigma van humanitaire actie.1 We gebruikten het recht op voedsel om de collectieve rechten van plattelandsgemeenschappen te verdedigen, opdat ze op hun land konden blijven, in de plaats van ruimte te maken voor mijnbouw- en uitwinningsprojecten of landprivatisering. Maar ons hoofdkantoor en internationaal secretariaat, onze financieringsbronnen, onze deskundigen en juristen uit het globale Noorden alsook onze onderzoeksmissies ontsnapten niet aan de valkuil van westerse arrogantie. De komst van La Via Campesina op het internationale toneel, met haar alternatieve paradigma van voedselsoevereiniteit en haar eis voor nieuwe rechten, was voor FIAN een gelegenheid om zich te herpositioneren. Voortaan zou de ondersteuning van de boer·inn·enstrijd centraal komen te staan en zagen we de boer·inn·enbewegingen als essentiële actoren in onze theorie van verandering. Ondermeer door middel van netwerkvorming, de inbreng van technische expertise en het faciliteren van processen via horizontale en feministische methodologieën. Toenadering met de boer·inn·enbewegingen zorgde ervoor dat we als ngo hun bondgenoot werden om hun toegang tot (nationale, regionale en VN-)instellingen te vergemakkelijken.

De context die hier geschetst wordt is nuttig om de schokgolf te begrijpen die werd veroorzaakt door de opkomst van de beweging voor voedselsoevereiniteit, in het midden van de jaren negentig. Het was voor FIAN International een gelegenheid om zichzelf opnieuw uit te vinden. FIAN werd in 1986 opgericht naar het voorbeeld van Amnesty International. FIAN zou in haar mandaat vooreerst ook economische, sociale en culturele rechten opnemen. Voor een lange tijd waren de actiemethoden van FIAN, verankerd in internationale solidariteit, maar ook in het imperialistische paradigma van humanitaire actie.1 We gebruikten het recht op voedsel om de collectieve rechten van plattelandsgemeenschappen te verdedigen, opdat ze op hun land konden blijven, in de plaats van ruimte te maken voor mijnbouw- en uitwinningsprojecten of landprivatisering. Maar ons hoofdkantoor en internationaal secretariaat, onze financieringsbronnen, onze deskundigen en juristen uit het globale Noorden alsook onze onderzoeksmissies ontsnapten niet aan de valkuil van westerse arrogantie. De komst van La Via Campesina op het internationale toneel, met haar alternatieve paradigma van voedselsoevereiniteit en haar eis voor nieuwe rechten, was voor FIAN een gelegenheid om zich te herpositioneren. Voortaan zou de ondersteuning van de boer·inn·enstrijd centraal komen te staan en zagen we de boer·inn·enbewegingen als essentiële actoren in onze theorie van verandering. Ondermeer door middel van netwerkvorming, de inbreng van technische expertise en het faciliteren van processen via horizontale en feministische methodologieën. Toenadering met de boer·inn·enbewegingen zorgde ervoor dat we als ngo hun bondgenoot werden om hun toegang tot (nationale, regionale en VN-)instellingen te vergemakkelijken.

Om internationale solidariteit op te bouwen die in onze lokale engagementen belichaamd wordt, zijn we onze activiteiten opnieuw beginnen verankeren in onze territoria van het Globale Noorden. We hebben onze actieradius tot nieuwe thema’s uitgebreid (bv. digitalisering, klimaatcrisis, genderongelijkheid vanuit een intersectioneel perspectief). We hebben ons daarnaast ook enigszins losgemaakt van onze agrarische identiteit om ons ook te kunnen richten op andere aan voeding gerelateerde problematieken zoals bv. ondervoeding, overvoeding, in het bijzonder ten aanzien van arme bevolkingsgroepen in stedelijke gebieden1. We hebben ons werk in coalities en netwerken verder ontwikkeld. We zijn begonnen aan de gigantische klus om onze organisatievormen, methodologieën en benaderingen te dekoloniseren. We zijn blijven aandringen op een progressieve, feministische interpretatie van de mensenrechten. We waren het meest effectief in onze acties wanneer we de extraterritoriale dimensie van bepaalde schendingen en de verantwoordelijkheid van privé-actoren aan het licht konden brengen (met name door praktijken van bedrijven die in onze landen zijn gevestigd, bloot te stellen). We zijn geen sociale beweging, maar nemen de cultuur ervan gestaag over : onze actiemethoden zijn steeds meer verankerd in burgerlijke ongehoorzaamheid. We ondersteunen de bewegingen voor voedselsoevereiniteit, maar we zijn ook volwaardige politieke actoren die sociale verandering teweegbrengen.


Box 2

||

Wat is een geallieerde ngo of ngo bondgenoot ?

|
| n de afgelopen decennia hebben veel ngo’s (waaronder FIAN) hun rol herzien om zich te herpositioneren om rechtstreeks steun te verlenen aan bewegingen. Het maakt deel uit van hun theorie van verandering om bewegingen te beschouwen als de meest effectieve vectoren voor sociale verandering. De zogenaamde "geallieerde" ngo’s spelen een cruciale rol in de ondersteuning, facilitering en technische of logistieke hulp van de beweging voor voedselsoevereiniteit. Ze kunnen ook een kritisch licht werpen op bepaalde kwesties, bijvoorbeeld door het perspectief te brengen van mensen die om verschillende redenen niet georganiseerd zijn of uitgesloten worden van de beweging, of door op een welwillende manier bepaalde processen of beslissingen in vraag te stellen, die niet in overeenstemming lijken te zijn met de doelstellingen of waarden van de beweging. In die zin zijn ze afwisselend een steunpilaar en een steen in de schoen. Geallieerde ngo’s maken integraal deel uit van de beweging, maar worden beschouwd als een aparte sector (constituency). Ze kunnen in bepaalde discussies dan ook buitengesloten worden omdat ze als bevoorrecht worden beschouwd. Tijdens internationale fora of onderhandelingsplatformen (zoals het CSIPM1 bij het VN-Comité voor Wereldvoedselzekerheid van de VN) zijn bepaalde discussieruimtes uitsluitend voorbehouden aan de leden van een bepaalde sector (bijvoorbeeld de boer·inn·enbeweging of landwerk·st·ers) om te waarborgen dat alleen de "echte" actoren van de beweging centraal staan in de strategische beslissingen en het publieke debat.

Waarom het onderscheid maken tussen sociale beweging of ngo ?

Het verschil tussen een sociale beweging en een ngo ligt vooral in het feit dat een beweging mensen samenbrengt die rechtstreeks getroffen zijn door een situatie of een onrechtvaardigheid en die in actie komen om hun stem te laten horen. Zij verdedigen hun rechten of belangen door middel van protestacties en een collectieve identiteit. Een ngo daarentegen bestaat vaak uit mensen die zich inzetten voor sterke waarden en idealen, maar niet direct het meest "getroffen" zijn. Sociale bewegingen en ngo’s ontlenen hun legitimiteit dus aan verschillende bronnen : de stem van de rechtstreeks getroffenen (de stem van het volk) voor bewegingen, de verdediging van morele waarden zoals mensenrechten of het milieu voor ngo’s. In veel mondiale bewegingen, zoals de beweging voor voedselsoevereiniteit, is dit onderscheid belangrijk. Het wordt als legitiemer beschouwd om een boer·in of een inheemse vrouw aan het woord te laten dan een betaalde vertegenwoordiger van een ngo. Dit onderscheid is echter niet altijd gemakkelijk te maken en kan tot spanning leiden. Sommige ngo’s kunnen sterk verankerd zijn in lokale mobiliseringen, terwijl bewegingen een professionaliseringstraject kunnen doorlopen dat hen verder van hun basis verwijdert. Ze kunnen over aanzienlijke financiële middelen en een goed georganiseerd secretariaat beschikken, en hun vertegenwoordigers kunnen zodanig in internationale vergaderingen of belangenbehartiging opgenomen worden, dat ze aan legitimiteit inboeten. Afgezien van deze spanningen moet vooral de complementariteit tussen deze actoren worden benadrukt. Er zijn tal van situaties waarin hun goede samenwerking binnen allianties, waarbij ieders rol wordt gerespecteerd, een belangrijke impact heeft gehad, met name op het vlak van belangenbehartiging. De Verklaring voor de rechten van boer·inn·en en andere personen die in plattelandsgebieden werken, is hiervan het beste voorbeeld.


Welke toekomst voor de mensenrechten ?

In een uiterst woelige geopolitieke context wordt het mensenrechtenstelsel vandaag de dag in zijn grondvesten aangetast : zijn relatie met de VN-instellingen. De twee afgelopen decennia hebben sociale bewegingen, samen met ngo’s, aanzienlijk veel energie gestoken in mondiale beleidsprocessen op het gebied van voedselzekerheid, maar ook biodiversiteit en klimaatverandering. Wat hebben we bereikt ? Wat hebben we geleerd ? Welke allianties hebben we gesmeed ? Welke veranderingen hebben we teweeggebracht ? Moeten we blijven deelnemen en onze stem in deze internationale fora laten horen ? Moeten we de stem van mensenrechten daar blijven brengen tegenover de hypocrisie van de westerse staten in hun toepassing en imperialistisch gebruik van dit discours ? De drastische bezuinigingen op de financiering van de Amerikaanse humanitaire hulp hebben een schokgolf veroorzaakt. Sommigen zien dit als een kans om lokale, agro-ecologische alternatieven te ontwikkelen, met name in Afrika1, waar de afhankelijkheid van hulp groot blijft, of roepen op tot meer financiering voor sociale bescherming.2 Maar zullen we erin slagen een dekoloniale, rechtvaardigere en meer horizontale wereldorde op te bouwen ?
De voorstellen voor de UN80-hervorming1, die suggereren om het VN-systeem te consolideren om het efficiënter en goedkoper te maken, zijn ontoereikend. Het is van belang dat bewegingen nadenken over het soort alternatieve wereldorde dat we willen : hoe kunnen we een participatief, horizontaal multilateralisme bevorderen2 dat een echt alternatief is voor het masculinistische, oorlogszuchtige en defensieve imperialisme dat ons dagelijks teistert ? We zien de opkomst van een onbevangen discours over "transactionele" hulp, met name in het kader van de Europese strategie Global Gateway : hulp in ruil voor migratiecontrole, hulp in ruil voor conflictbeheersing, hulp in ruil voor kritieke mineralen en groene transitie. Nooit enige vergoeding voor de schade veroorzaakt door kolonisatie of daadwerkelijke kwijtschelding van de onrechtmatige buitenlandse schuld van gekoloniseerde landen. Welke rechten moeten in deze context worden verdedigd en voorgesteld ? Hoe kunnen we voorkomen dat rechten hun emancipatorische potentieel verliezen ? De verschuiving naar eveneens transactionele mensenrechten is al tastbaar : mensenrechten en gendergelijkheid (Françoise Vergès spreekt van dekoloniaal feminisme ten dienste van het koloniale project)3 worden door de Europese Commissie gebruikt als instrument of hefboom om toegang te krijgen tot de gebieden van inheemse volkeren, die rijk zijn aan biodiversiteit en strategische hulpbronnen. Mensenrechten zijn gevaarlijk wanneer ze worden gebruikt ter legitimering van het kapitalistische extractivistische complex dat de plak zwaait.
Het is aan ons om van mensenrechten emancipatorische instrumenten te blijven maken, verankerd in een antikoloniale, feministische en antikapitalistische overtuiging en ten dienste van sociale bewegingen. Meer dan ooit zal de strijd van morgen zich om land afspelen. Het recht op land4, het collectieve recht op grondgebied en zelfbeschikking, het recht om nee te zeggen, blijven krachtige strijdmiddelen. Maar er moeten nog sterke convergenties worden opgebouwd. Benaderingen die gebaseerd zijn op de rechten van de natuur zijn veelbelovend omdat ze minder antropocentrisch zijn en de burgerparticipatie weer centraal stellen door bijvoorbeeld burgercomités als vertegenwoordigers van een rivier in te stellen5. De commons, de sociale en solidaire economie en de zorgeconomie bieden ook veelbelovende alternatieven voor onze destructieve markteconomie. We moeten de mensenrechten weer centraal stellen in een diepgaande reflectie over een ander economisch systeem, een andere relatie met de natuur, met het leven, met de tijd en met onszelf. Naar het voorbeeld van de inheemse volkeren dienen we erop toe te zien, dat we de mensenrechten niet loskoppelen van een serieuze inachtneming van onze verplichtingen ten opzichte van de aarde die ons leven mogelijk maakt.

Welke rol is er weggelegd voor onderzoek ?
Geconfronteerd met deze uitdagingen blijf ik als militante onderzoekster streven naar het produceren van kennis die bijdraagt aan maatschappelijke verandering en die direct bruikbaar is in de bestrijdingen. Dit veronderstelt zich te verankeren in een gemarginaliseerde beweging of groep, kennis te coproduceren door middel van horizontale onderzoeksmethoden en op welwillende wijze bij te dragen aan de strategische overwegingen van de bewegingen waarin ik me begeef. Solidair onderzoek doen is in de eerste plaats een relationele verbintenis : aantekeningen maken, vertalen, faciliteren, protesteren, constructieve kritiek leveren, helpen organiseren... tot en met stoelen opruimen of de afwas doen. Deze diversiteit aan acties herinnert ons eraan dat de grens tussen ’denker’ en ’doener’ vaak illusoir of verkeerd begrepen is.1 Het belangrijkste ligt elders : middelen (geld, tijd, steun) richten op de bestrijdingen die ze nodig hebben, en wederzijdse inspiratie voeden tussen kennis en actie, tussen spiritualiteit 2en activisme. In een tijd waarin klimaat-, voedsel- en sociale crises met elkaar verweven zijn en genocides dood zaaien, is samenwerking tussen onderzoekers en onderzoeksters, activisten en lokale gemeenschappen belangrijker dan ooit. Samen kunnen we nieuwe manieren bedenken om de mensenrechten te verdedigen en te versterken, vanaf de basis.


De inhoud van deze publicatie mag worden geciteerd of gereproduceerd, op voorwaarde dat de bron wordt vermeld. De uitgever ontvangt graag een exemplaar van het document waarin deze inhoud wordt gebruikt of geciteerd. Aanbevolen bronvermelding : FIAN Belgium. 2025. « Verzet zaaien : Sociale bewegingen in de strijd voor voedselsoevereiniteit », Brussel.

Steun het werk van FIAN, dat 40 jaar inzet viert voor de verdediging van mensenrechten en voedselsoevereiniteit.


Notes

[11. Met haar uitbreiding heeft de beweging voor voedselsoevereiniteit nieuwe categorieën van actoren aangetrokken, die in meer of mindere mate gehecht zijn aan de verbondenheid met het land als factor van collectieve identiteit. Deze diversiteit is rijk, maar ook een bron van spanningen.

[22. U kunt de oefening doen om deze drie vragen te beantwoorden voor de beweging voor voedselsoevereiniteit.

[33. Global Gateway – globaal portaal in het nederlands – is een Europees project om betrouwbare en duurzame connecties te creëren voor de bevolking van deze planeet. Zie https://international-partnerships.ec.europa.eu/policies/global-gateway/global-gateway-overview_nl

[44. Merry, S. E. (2006). Transnational Human Rights and Local Activism : Mapping the Middle. American Anthropologist, 108(1), 38–51. http://www.jstor.org/stable/3804730

[55. Claeys, P., & Edelman, M. (2019). The United Nations Declaration on the rights of peasants and other people working in rural areas. The Journal of Peasant Studies, 47(1), 1–68. https://doi.org/10.1080/03066150.2019.1672665